is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hadji Mohamat Aripin, wonende in de dessa Mangoen Djajan, district, afdeeling en residentie Probolinggo, requirant van cassatie, contra

Rilan, wonende in dezelfde dessa, gereqnireerde.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het door den landraad te Probolinggo op den 4den September 1893 tusschen den gerequireerde, als eiseher en opposant, en den requirant, als gedaagde en geopposeerde, gewezen vonnis, waarbij den eiseher zijne vordering is toegewezen, hij goed opposant is verklaard tegen het op den 16den Augustus 1893 door den deurwaarder bij den landraad op een gedeelte van de in liet door dezen daarvan opgemaakt proces-verbaal vermelde en in zijn, eischers, vordering nader omschreven goederen gelegd conservatoir beslag, dat beslag, voor zooveel die goederen bttreft, van onwaarde is verklaard en derhalve opgeheven, en de gedaagde is veroordeeld in de kosten van het geding, tot op den datum van het vonnis begroot op ƒ 6;

Gelet op het authentiek afschrift der acte van den 18den September 1893, waarbij de requirant ter griffie van den landraad heeft verklaard zich van dit vonnis in cassatie te willen voorzien en op het deurwaardersexploit van den 19den September daaraanvolgende, waarbij deze verklaring aan den gerequireerde is beteekend;

Gelezen de, namens den Procureur-Generaal, door den Advocaat-Generaal Mr. Ch. H. Nieuwenhuijs ingediende conclusie van den lOden November 1893, strekkende tot verwerping van het beroep in cassatie en veroordeeling van den requirant in de kosten in cassatie gevallen;

Gezien de stukken, waaronder eene memorie van cassatie, gedagteekend Probolinggo 30 September 1893 en den 4den October daaraanvolgende aan den gerequireerde beteekend en eene memorie van antwoord in cassatie van dezen laatste van den 6den October 1893, den 9den dier maand aan den requirant beteekend;