is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1893 gedienden eisch in appel, waarbij wordt geconcludeerd dat het Hoog-Militair-Gerechtshof, met ontvangst van het appel» het vonnis zal vernietigen, voor zooveel de krijgsraad zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het den beklaagde ten laste gelegde, en met verbetering van dat vonnis, den beklaagde zal schuldig verklaren aan: „insubordinatie door woorden", hem overzulks zal veroordeelen tot de straf van twee maanden militaire detentie en in de kosten en misen der justitie en in die van den processe, doch overigens dat vonnis zal bekrachtigen;

Nog gelezen de namens den geappelleerde op 14 December 1893 gediende schriftuur van antwoord in appel, waarbij wordt geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis a quo, immers en in allen gevalle, tot niet ontvankelijk verklaring, immers en in allen gevalle ontzegging van den eisch in appel cutn expensis ;

Gezien de verdere stukken van den processe, zoo ter eerste instantie, als in appel gediend;

O, dat de appellant R. O. naar aanleiding van 's Hofs resolutie van 27 October 1893 no. 78, waarbij de AdvokaatFiskaal voor de Land- en Zeemacht in Nederlandsch-Indië gemachtigd werd van het tegen den beklaagde gewezen vonnis in het belang van de Hooge Overheid te provoceeren aan den Hove, te bekwamer tijd heeft gediend van eisch in appel;

O. dat den beklaagde, thans geappelleerde, bij introductieve klacht van 28 Augustus 1893, opgemaakt door den Europeeschen sergeant van de 3e compagnie 15s bataljon infanterie te KotaRadja, W. A. Reinders is ten laste gelegd, dat hij in den morgen van 27 Augustus 1893 genoemden sergeant, toen deze hein in licht beschonken toestand in de chatnbrée aangetroffen en hem gelast had mede te gaan naar den sergeant majoor, toen zij van dezen terugkwamen, de woorden: „nu krijg ik vier dagen cachot en dat voor jou, snotneus, kwajongen" hierbij met de vuist in diens richting dreigende, en toen deze hem in arrest liet stellen, is voortgegaan met hem uit te schelden voor „snotneus en kwajongen" en hem weer met de vuist heeft gedreigd;

O. dat de krijgsraad te recht, zijnde het wettig en over-