is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten eenenmale ontbreekt de vermelding wat uit elk dier bewijsmiddelen, voor zooverre ter zake dienende, is gebleken, voldoet niet aan hel voorschrift van art. 91 Heg. Regl. en art. 30 Recht. Org. en is derhalve op grond van art. 31 Recht. Org. nietig.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Singodrouo en het in die zaak op den lsten Eebruari 1894 door den Landraad te Lamongan gewezen vonnis waarbij de beklaagde is schuldig verklaard aan: „diefstal inet braak op een plaats die niet als een bewoond huis wordt aangemerkt of daarmede gelijkgesteld onder verzachtende omstandigheden," en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van een jaar en zes maanden, als mede in de kosten van het rechtsgeding, en met last tot teruggave der stukken van overtuiging a's nader in het vonnis is omschreven;

Gezien de schriftelijke conclusie namens den Procureur Generaal, door den Advocaat-Generaal Mr. A. Dull genomen, en gedagteekend 13 Maart 1894 daartoe strekkende, dat het HoogGerechtshof met verbetering van het vonnis den beklaagde zal schuldig verklaren aan : „Diefstal door twee personen op eene plaats niet als bewoond huis aangemerkt of daarmede gelijkgesteld," en overigens het vonnis moge bekrachtigen, met bepaling dat beklaagde van de hein opgelegde straf nog zal hebben te ondergaan één jaar en drie maanden ;

Gehoord het rapport van den Vice-President Mr. J. C. Mulock Houwer;

O. dat bij art. 30 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie, in stand gehouden bij art. 91 van het Reglement op het Beleid der Regeering van Ned.-Indië, is voorgeschreven, dat alle vonnissen de gronden moeten vermelden, waarop zij berusten ;

O. dat dit voorschrift hetwelk een uitvloeisel is van hel door