is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van beschuldiging te stellen, niet ontleent aan de acte van verwijzing, maar op hem de verplichting daartoe rust krachtens de wet, naar aanleiding van die acte;

O. dat men een andere opvatting als hier uiteengezet aannemende, de strekking van evengenoemde rechtsinstellingen miskent en de wet, niettegenstaande hare bepalingen met elkander in verband moeten worden beschouwd, met zich zelve in strijd brengt, immers men den Djaksa ook wat evenbedoelde omstandigheden betreft als aan de acte van verwijzing gebonden beschouwende hem echter niet tevens ontheffen kan van de op hem krachtens art. 246 voornoemd rustende verplichting, om alle omstandigheden, die tot verlichting of verzwaring van straf aanleiding kunnen geven, te vermelden, te meer niet, nu ook blijkens art. 282 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement niet de acte van verwijzing, maar, zooals boven reeds is gezegd, die van beschuldiging den rechtsstrijd, die tegen der beklaagde wordt gevoerd, aangeeft;

dat dit alles te meer klemt met het oog op het bepaalde bij art. 273 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, hetwelk de bevoegdheid geeft, den beklaagde gedurende het onderzoek ter terechtzitting op andere niet bij de beschuldiging vermelde omstandigheden, die aan de hem ten laste gelegde feiten een zwaardere qualifieatie kunnen doen geven, opmerkzaam te maken, welke bevoegdheid hier, om bijzondere redenen, aan den President van den landraad is toegekend, doch anders aan het Openbaar Ministerie toekomt;

dat het nu geen redelijken zin kan hebben het Openbaar Ministerie onbevoegd te achten in zijn beschuldiging niet bij de verwijzing vermelde omstandigdigheden op te mogen nemen, doch hem wel bevoegd te verklaren zoodanige omstandigheden gedurende het onderzoek ter terechtzitting in den rechtsstrijd te brengen;

O. dat derhalve de Djaksa op grond van het bovenstaande in casu alleszins ontvankelijk moet worden geacht met zijn tegen den beklaagde uitgebrachte acte van beschuldiging in zijn geheel;

O. thans wat de zaak zelve betreft: dat de landraad terecht