is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een oppasser van den Djaksa is een openbaar ambtenaar. Iemand die in een bewoond huis diefstal pleegt onder de valsche opgave te. zijn oppasser van den Dja/csa maakt zich schuldig aan het misdrijf bedoeld in art. 301, I o. Strafw. voor Inlanders.

DE LANDRAAD VOORNOEMD,

Gehoord de voorlezing der acte van verwijzing van den President van den Landraad te Tjiandjoer ddo. 27 December 1893 en de daaronder staande aanteekening van den Djaksa bij die rechtbank, dat hij beklaagde den 4den Januari 1891 met den inhoud daarvan in wetenschap heeft gesteld ;

Nog gehoord de voorlezing der acte van beschuldiging door den Adjunct-Djaksa opgemaakt, waarbij den beklaagde wordt te laste gelegd, dat hij na reeds te voren wegens diefstal ter politierol te zijn gestraft, in de kampong Pasirpeundeuj, dessa Koleberes, district Bajabang, afdeeling Tjiandjoer, arglistig heeft weggenomen:

I. op-Dinsdag, 21 November 1893, uit het bewoonde huis van de Inlandsche vrouw Njie Amah, eene aan deze, althans niet aan beklaagde, toebehoorende som van f 1.25, nadat hij zich toegang tot die woning had weten te verschaffen, door voor Njie Amah te verschijnen — zonder tot het dragen dier kenteekenen te zijn gerechtigd — met de uiterlijke kenteekenen van oppasser van den Tjamat van Gekbrong (afdeeling Tjiandjoer) — n. 1. van den gebruikelijken bandelier met de koperen plaat — en tegen de waarheid in aan Njie Amah te verklaren, dat hij Neng Karas heette, politie oppasser bij den Djaksa te Tjiandjoer was en op diens bevel huiszoeking bij Njie Amah moest doen ter opsporing van goederen, welke aan den broeder van den Djaksa en te Tjidjoho waren ontvreemd, door welke slinksche middelen Njie Amah den beklaagde in haar woning heeft toegelaten ;

II. te ongeveer middernacht van Dinsdag op Woensdag (malem Rebo) 21/22 November 1893 uit het bewoonde huis van de Inlandsche vrouw Njie Ones, de aan deze, althans niet aan beklaagde, toebehoorende goederen, als: