is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar beklaagde deze gastvrijheid heeft misbruikt, door ongeveer te middernacht, terwijl Njie Ones sliep, uit hare woning ten haren nadeele een kaen en twee zilveren ringen met steenen te ontvreemden, ter gezamenlijke waarde van/3.50, welke goederen, ten 10 uur in den avond van den diefstal, nog door haar gezien waren, maar ten 5 uur in den volgenden morgen werden gemist;

dat beklaagde den volgenden dag, Woensdag, door de politie werd aangehouden en bij hem werden achterhaald de door hem aan Njie Ones ontstolen goederen en f 0,S2 5 als restant van de door hem aan Njie Amah ontvreemde contanten;

O. dat de hierboven omschreven, wel bewezen, feiten vallen binnen de grenzen der den beklaagde sub I en II te laste gelegde feiten ;

dat alleen gevraagd zou kunnen worden of beklaagde ook gezegd kan worden in den avond van dien Dinsdag (malem Rebo) het huis van Njie Ones te zijn binnen gekomen, nadat hij zich den toegang daartoe verschaft had door gebruikmaking van den valschen titel van oppasser bij den Djaksa van Tjiandjoer;

dat wel is waar beklaagde niet uitdrukkelijk op dat oogenblik heeft opgegeven dien titel van oppasser te bezitten, maar dat hij dit reeds in den morgen van dienzelfden dag aan Njie Ones had gedaan met de bijvoeging, dat hij te harent huiszoeking moest doen, waarna hij van haar toegang tot hare woning heeft gekregen en hij dus dienzelfden avond niet weder dien titel uitdrukkelijk behoefde voor te wenden, vooral niet, omdat door zijn gezegde aan Njie Ones, dat hij te harent naohtverblijf verzocht om kwaadwilligen te bespieden, hij er van overtuigd kon zijn, dat Njie Ones natuurlijk in beklaagde denzelfden politie-oppasser van den Djaksa zou zien als die dien morgen bij haar huiszoeking was komen doen en nu, alweer omdat zij in hem den politiedienaar zag en dus terecht volgens haar naar misdadigers zocht, bij haar in huis eene verdekte plaats verzocht om misdadigers te beloeren, te meer daar beklaagde nog steeds omhangen was met denzelfden oppassers-bandelier als dien morgen, en beklaagdes geheele handelwijze er op wees, dat hij toegang tot hare woning verzocht als pseudo politie-oppasser in het belang der openbare veiligheid;