is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inlanders, doet dit bedrag niets ter zake) ter hand te stellen, onder belofte zich dadelijk wederom bij hem te vervoegen.

Wat er verder gevolgd is, is niet recht duidelijk. Of toch de verdachte zelf dat geld van de ƒ 100.— nam dan wel Liga hem dat geld ter hand stelde, komt mij eenigszins duister voor. Tot het wezen der zaak doet het echter niets af; immers aan diefstal valt niet te denken, nu de wegname tegen den wil van den eigenaar ontbreekt. Misbruik van vertrouwen kan evenmin aanwezig worden geacht, daar Liga steeds het geld in handen had. Indien dus een strafbaar feit werd gepleegd, en wij hebben alleen na te gaan of het er op gelijkt, valt alleen aan oplichting te denken. Intusschen meen ik hier de opmerking niet achterwege te moeten laten, dat eenige toelichting vóór het nemen der meergemelde beschikkingen op den weg van beide landraadvoorzitters had gelegen. Indien men dus de constitutieve elementen voor oplichting nagaat, dan is voldoende aangetoond: dat het oogmerk om op te lichten is opgevat te Takalar, in alle gevalle daar voor het eerst naar buiten heeft gewerkt; dat het aanwenden van bedriegelijke middeleu, of hetgeen de wet als zoodanig zal kunnen aanmerken, aldaar heeft plaats gegrepen; dat echter de afgifte van een deel van het geld, tot welks algeheele medename de benadeelde bewogen is door die steeds hunne werking behoudende leugens of kunstgrepen, is bewerkstelligd te Makassar.

Beide landraadvoorzitters houden nu respectievelijk vol, dat het misdrijf is gepleegd buiten hun ressort, nadat zij ieder afzonderlijk overwogen hebben dat van de toepassing van art. 349 ten 2o. Celebes-Reglement (overeenkomende met art. 241 Inlandsch-Lleglement) in casu geen sprake kan zijn. Curieus is het dan ook den Üjaksa van Takalar in zijne memorie te zien beweren, dat juist op grond van die tweede alinea de berechting te Makassar moet plaats grijpen, afgescheiden nog daarvan dat hij zijn landraadvoorzitter afvallig wordt. Het bewijst alweer hoe zonderling het is de Djaksa's, die niet eens vervolgen, in deze hun stem te laten hoorei).

Intusschen dient de vraag gesteld te worden: is inderdaad