is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgsraad zal worden rechtgesproken, deze twee Officieren van dat garnizoen zal benoemen tot commissarissen tot het houden der gerechtelijke informatiën;

O. dat derhalve de Officieren-Commissarissen, tot het houden der gerechtelijke informatiën in de zaak van den thans appellant, hadden behooren te zijn benoemd door den commandeerenden Officier te Makassar;

O. dat de Rechtspleging bij de Landmacht den commandeerenden Officier van het garnizoen nergens de bevoegdheid geeft de benoeming van Officieren-Commissarissen aan een ander over te dragen;

O. dat het onderzoek, in de zaak van den thans appellant gehouden, dientengevolge nietig is en eveneens het vonnis op dat onderzoek gebaseerd;

Gelet op de bovenaangehaalde wetsbepaling, zoomede op de artt. 50 en 58 van 's Hofs Provisioneele Instructië;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin!

Ontvangt het appel.

Vernietigt het vonnis, in de zaak van den beklaagde, thans appellant, gewezen en het onderzoek in diens zaak gehouden, met last, om dat onderzoek op nieuw te doen houden, te beginnen met de oudste acte, waarin de nietigheid is gepleegd, zijnde de garnizoens-order, waarbij de Officieren-Commissarissen zijn benoemd tot het houden der gerechtelijke informatiën.

Veroordeelt den staat in de kosten en misen der justitie, mitsgaders in die van den processe in beide instantiën gevallen.

Zitting van 2 Februari 1894.

Voorzitter: als voren.

Abtt. 17 en 191 Crim. Wetb.—Piefstal in de chambrée.

Het arglistig wegnemen van goederen uit een kist, staande in de door den eigenaar, met eenige andere militairen, bewoonde