is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand, met verwijzing voorts in de kosten en misen der justitie en in die van den processe;

Gelezen den namens den appellant op 8 Maart 1894 gedienden eisch in appel, waarbij wordt gerefereerd aan 's Hofs oordeel;

Nog gelezen de door den geappelleerde R. O. op 8 Maart 1894 gediende schriftuur van antwoord in appel, waarbij wordt geconcludeerd dat het Hof, met ontvangst van het appel en verbetering van het vonnis waarvan appel, den beklaagde zal schuldig verklaren aan: „insubordinatie door woorden onder verzachtende omstandigheden" en hem overzulks zal veTOordeelen tot de straf van acht dagen militaire detentie en overigens het vonnis moge bekrachtigen;

Gezien de verdere stukken van den processe, zoo ter eerste instantie als in appel gediend;

O. dat de beklaagde, thans appellant, te bekwamer tijd van het tegen hem gewezen vonnis is gekomen in hooger beroep;

O. dat de krijgsraad te recht, op de gronden en bewijsmiddelen in het vonnis vermeld, als wettig en overtuigend bewezen heeft aangenomen, dat de beklaagde, thans appellant, in den namiddag van 25 December 1893, in hevig beschonken toestand door het kampement liep met getrokken sabel en bij die gelegenheid den sergeant — zijn meerdere in rang — dien hij als zoodanig herkende, heeft toegevoegd de woorden : „godverdomme J., ga weg of ik sla je dood" ;

O. dat de krijgsraad het hierdoor misdrevene naar behooren omschreven en mede te recht ten gunste van den thans appellant verzachtende omstandigheden aangenomen heeft;

dat hem ook eene straf is opgelegd, welke in eene juiste verhouding staat tot de zwaarte der, door hem gepleegde, strafbare handelingen;

O. dat 's krijgsraads vonnis derhalve behoort te worden bekrachtigd ;

Gelet op de in het vonnis aangehaalde wetsbepalingen, zoomede op de arlt. 50 en 58 van 's Hofs Provisioneele Instructie ;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin!