is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet als een sinecure hebben te beschouwen, doch haar naar eisch hebben te vervullen, wat volgens Haar oordeel bij eene oordeelkundige verdeeling van hun tijd Hun niet onmogelijk moet zijn.

Kei Koog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië, (w. g.) J. SIBENIUS TRIP.

Ter Ordonnantie van het College, De Griffier,

(w. g.) C. S. BUIJS BALLOT.

Aan

de Assistent-Residenten en de gewestelijke Secretarissen op Java en Madura.

CIRCULAIRE.

HOOG-GERECHTSHOF Batavia , den l®n Maart 1894.

VAN

Nederlandsch-Indië.

E ebste K ameb.

No. 117/875.

In voldoening aan een opdracht der Regeering, heeft het Hoog-Gerechtshof de eer UwEdG. uit te noodigen om, — zoodra zich het geval, bedoeld bij art. 93 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie en het beleid der Justitie in Nederlandsch-Indië, zooals dat ingevolge de Ordonnantie van den 29sten Augustus 1876 (Staatsblad no. 225) moet worden geinterpreteerd, voordoet, UwEdG. dus Uw standplaats denkt te verlaten of door eenige oorzaak belet wordt Uwe fuuctiën te vervullen, — daarvan officieel kennis te geven aan den ambtenaar, bij de bovenbedoelde bepalingen aangewezen om U te ver-