is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer eenige leden van een zedelijk lichaam te zamen een geding aanhangig maken, dan hebben zij wel een gemeenschappelijk belang ten opzichte van dat lichaam en bij de uitwijzing van hel geding, maar daaruit blijkt nog niet dat er tusschen hen een rechtsband beslaat. Het hooger beroep slechts door eenigen dier leden ingesteld is ontvankelijk. Er beslaat geen enkel voorschrift, dat een geding, hetwelk door meerdere eischers is aangevangen, zonder dat voor deze samenwerking eene andere reden bestaat dan het gemeenschappelijk belang, in appel door allen zoude moeten worden voortgezet, noch dat aan de het geding voortzettende eischers de verplichting is opgelegd, om hunne vroegere medeeischers in het geding te roepen.

De Voorzitter van het bestuur van een zedelijk lichaam is aansprakelijk voor de nalatigheden van zijn voorganger, wanneer het betieft handelingen, die de vorige Voorzitter krachtens de statuten had behooren te verrichten maar welke hij heeft nagelaten, en dit te meer wanneer de nieuwe Voorzitter ook zijnerzijds, ofschoon daartoe in de gelegenheid geioeest, zich onwillig heeft beloond die verplichtingen na te komen.

Volgens art. 1655 Burg. Wetb. zijn de bestuurders van een zedelijk lichaam gerechtigd om in naam van dat lichaam te handelen, terwijl art. 1656 ibidem dat lichaam alleen dan niet aansprakelijk stelt, wanneer de bestuurders onbevoegd waren tot de handeling; zoodat, waar in de dagvaarding beweerd wordt dat de bestuurders hunne bevoegdheid, in de statuten verleend, zijn te buiten gegaan, terecht het lichaam zelf in rechten geroepen is.

Wanneer een Voorzitter van een zedelijk lichaam de verplichtingen, hem bij de statuten opgelegd, niet nakomt, heeft ieder lid van het lichaam het recht hem tot nakoming dier verplichting in rechten aan ie spreken, zonder dat het er iets toe doet, dat de andere leden al dan niet met de nalatigheid van den Voorzitter genoegen nemen.

Indien leden van een zedelijk lichaam van de bestuurders daarvan vorderen de erkenning hunner rechten als zoodanig, maar deze die rechten ontkennen, op grond dat die leden wegens wanbetaling hunner contributie reeds zijn geschrapt, moeten de bestuurders de wettigheid der schrapping bewijzen.