is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonnis waarvan appel te bekrachtigen, met veroordeeling van appellanten in de kosten van beide instantiën ;

O. dat partijen vervolgens hare sustenuen bij pleidooi hebben toegelicht, waarna de nederlegging der stukken gelast en de uitspraak bepaald is;

Ten aanzien van het recht:

O. in de eerste plaats wat aangaat de bewering der geintiraeerden, dat het appel niet ontvankelijk zou zijn, doordien slechts 209 van de 225 eischers in appel zijn gekomen, zonder die 16 overblij venden in het geding te roepen, terwijl verder nog 5 der appellanten zijn teruggetreden, zoodat slechts door 204 van eisch in appel is gediend;

dat de oorspronkelijke eischers hebben gesteld te zijn leden van een fonds, hetwelk, tegenover de verplichting tot betaling van zekere contributie, aan ieder lid individueel recht geeft op eene tegemoetkoming in de begrafenis kosten in geval van overlijden van hem zeiven, of van een persoon tot zijn gezin behoohoorende ;

dat zij dus wel een gemeenschappelijk belang hebben ten opzichte van het fonds, doch tusschen hen onderling geen rechtsband bestaat, daar zij uitsluitend tegenover het fonds en geheel onafhankelijk van elkander tot de uitoefening hunner rechten bevoegd en tot de nakoming hunner verplichtingen gehouden zijn;

dat wel is waar de oorspronkelijke eischers door te zaaien het onderwerpelijk geding aanhangig te hebben gemaakt een gemeenschappelijk belang hebben bij de uitwijzing daarvan, doch er geen enkel voorschrift bestaat, dat een geding, hetwelk door meerdere eischers is aangevangen, zonder dat voor deze samenwerking eene andere reden bestaat dan het gemeenschappelijk belang, in appel door allen zoude moeten worden voortgezet, daar het ieder vrijstaat vermeende rechten prijs te geven' of althans onuitgeoefend te laten, terwijl ook nergens aan de het geding voortzettende eischers de verplichting is opgelegd, om hunne vroegere medeeischers in het geding te roepen;

dat bovendien de wederpartij er in casu geen belang bij heeft, dat het geding door alle oorspronkelijke eischers in appel wordt