is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vergadering voornemens zijn te doen n. 1. tot ontslag van liet fungeerend bestuur en de benoeming van een nieuw bestuur.

Machtigt de appellanten en elk hunner, bijaldien de tweede geintimeerde aan het vorig condemnatum niet in allen deele voldoet, om op denzelfden termijn zulk eene vergadering van leden bij een te roepen.

Verstaat dat bijaldien op die, hetzij door den tweeden geintimeerde, hetzij door de appellanten of elk hunner, bijeengeroepen vergadering noch de tweede geintimeerde, noch de vice-president, noch de secretaris aanwezig mochten zijn of weigerachtig mochten wezen om hunne functiën waar te nemen en uit te oefenen, en zulks te blijven doen totdat de door de leden voor te brengen voorstellen behoorlijk behandeld en in stemming gebracht zullen zijn, alsdan de vergadering het recht zal hebben zelf ter vervanging van den afwezigen of weigerachtigen of elk hunner een lid uit hun midden tot het vervullen dier functiën aan te wijzen.

Veroordeelt de geintimeerden, oorspronkelijk gedaagden, in de kosten in beide instantiën gevallen, nader op te maken bij staat en te vereffenen ingevolge de wet.

CASSATIE.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH INDIE.

(Eerste Kamer).

Zitting van 8 Februari 1894.

Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

EERSTE AANLEG.

LANDRAAD TE BANGIL.