is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dien Raad geldende bepalingen omtrent het geding in zaken van misdrijf te doen berechten, met veroordeeling van den lande in de kosten in cassatie gevallen;

Gehoord het rapport van den Raadsheer Mr. H. van Dissel Szn.;

Gezien de stukken waaronder een door den requirant R. O. gediende memorie van cassatie, gedagteekend Batavia, 1 December 1893, zijnde door den gerequireerde van geen contra memorie gediend;

O. dat onderwerpelijk tempore utili cassatie is aangeteekend met inachtneming van den daarvoor bij art. 359 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement gestelden termijn;

0. dat als middelen van cassatie zijn gesteld :

1. Schending van art. 197 sub 4o. junctis 195 en 187 van het Reglement op de Strafvordering voor de raden van justitie op Java enz., doordien de raad van justitie te Batavia in factis beslissende dat de zaak, die als overtredingzaak is verwezen en dientengevolge overeenkomstig art. 340c alinea 4 junctis 337 en 338 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement bij schriftelijk bevel tot dagvaarding is aangebracht, als inderdaad een misdrijfzaak zijnde, had behooren te zijn berecht met inachtneming van de voorschriften in zaken van misdrijf, ten onrechte den Djaksa bij den Landraad te Tjitjalenka niet ontvankelijk heeft verklaard met zijn schriitelijk bevel tot dagvaarding van beklaagde, den 18den September 1893 uitgevaardigd;

en II. Schending van art. 307 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, zooals het wordt gelezen ingevolge art. 2 van Staatsblad 1889 no. 149, en verkeerde toepassing van art. 170 van het Reglement op de Strafvordering, zooals het wordt gelezen ingevolge art. 1 van genoemd Staatsblad junctis de artt. 197, 194 en 183 van genoemd Reglement, door de teruggave te bevelen van de percussies aan den beklaagde na verloop van een maand nadat 's Raads vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan;

O. ten aanzien van het eerste middel:

dat de raad van justitie onderwerpelijk rechtsprak in hooger beroep van een vonnis in een overtredingzaak, door een Inlandsche