is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij afgifte van goederen ter bezichtiging op bons strekken deze volgens de meening van winkeliers in 't algemeen tot bewijs van die afgifte. Had de verdachte geweigerd een bon af te geven, dan zou zulks noodzakelijk argwaan hebben opgewekt en de terugneming der goederen hebben tengevolge gehad.

Die bons moesten dus strekken om het vertrouwen op te wekken van haar slachtoffers.

Zij heeft ze afgegeven vóór zij den winkel verliet; dat zij zulks gedaan heeft na ontvangst der goederen doet dus niets tot de zaak af.

Maar bovendien is 's raads bewering onjuist, dat de verdachte geane andere bedriegelijkê middelen zoude hebben aangewend, om zich de gevraagde goederen te doen afgeven.

Uit de voorloopige inforraatien blijkt toch, dat verdachte valschelijk heeft voorgewend in den winkel van Briidigam, dat zij de parasol op zicht wilde medenemen voor hare zuster, die de prijs daarvan door haar bediende zoude zenden, indien zij ze naar haar zin vond, en in den winkel van Duret, dat zij de horloges en kettingen dadelijk op zicht wilde medenemen, omdat haar vader haar een cadeau wilde geven en zij hem die goederen wilde laten zien, vóór hij naar zijn bureau ging.

Dat die leugenachtige beweringen bedriegelijke middelen daarstellen in den zin van art: 326 van het Wetboek van Strafrecht voor Europeanen, is niet twijfelachtig; in de toko Briidigam dienden zij als reden oin de parasol zonder betaling te kunnen medenemen; in de toko van Duret om het vertrouwen te verwerven, dat anders aan een vijftienjarig meisje niet zoude zijn geschonken.

Verdachte heeft dus wel degelijk het misdrijf van oplichting gepleegd, strafbaar gesteld bij evengenoemd artikel 326.

Daar zij zulks gedaan heeft ook middels de hierboven bedoelde valsche bons, behoort te worden nagegaan of door die geschriften strafbare valschheid is gepleegd, want in dat geval wordt, ingevolge de tweede alinea van art. 326 voormeld, de oplichting om zoo te zeggen geabsorbeerd door de valschheid.