is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ning te houden met art. 1093 Burg. Wetb , hetwelk, hoewol in het algemeen voorschrijvende, dat de verjaringen, welke reeds vóór de afkondiging daarvan een aanvang genomen hebben, geregeld worden overeenkomstig de vroegere wetgeving, niettemin tevens bepaalt, dat de aldus begonnen verjaringen, tot welke volgens de onde wetten nog meer dan 30 jaren, te rekenen van het tijdstip der afkondiging, vereischt worden, door dit tijdsverloop van 30 jaren zijn voleind. Hieruit volgt, dat ten aanzien van rechtsgedingen, meer dan ?0 jaren na de afkondiging van 't Burg. Wetb. aangevangen, met den verjaringstermijn volgens het vroeger recht geen rekening meer behoeft te worden gehouden.

Het doel, dat met adoptie in deze gewesten beoogd werd, bepaalde zich niet altijd slechts tot het geven van een christelijke opvoeding aan kinderen, met wie men door geen banden des bloeds was verbonden, doch was er in zeer vele gevallen op gericht om aan eigen, zij het dan ook buiten huwelijk verwekte, kinderen een staat te verschaffen tegelijk met een geslachtsnaam.

Onder de uitdrukking descendenten zijn adoptief kinderen begrepen, in tegenstelling van wettige decendenten.

Wanneer aan de eischeres hare vordering tot teruggave van eene zaak op andere gronden wordt ontzegd, heeft de gedaagde geen belang meer bij haar beroep op de usucapio 63 l

Recht van hooger beroep,—Art. 2'i Alg. Bep. — Openbare Orde. — Artt. 154-9, 1601 —1603 Burg. Wetb.— Huur en verbuur van diensten.—Reconventie.—Compensatie.

Onder de wetten, die op de publieke orde of de goede zeden betrekking hebben, behooren ook die voorschriften, waarbij de wetgever bepaalt in hoever de vonnissen, door den voor partijen aangewezen rechter gewezen, aan nadere voorziening bij een hoogeren rechter onderworpen zijn. In enkele gevallen staat de wetgever aan partijen toe van het anders openstaand hooger beroep af te zien. Pit is echter niet geschied ten aanzien van vonnissen, door het Residentie-gerecht te Medan gewezen. Eene daartoe strekkende overeenkomst mag mitsdien als in strijd met de openbare orde, volgens het bepaalde bij art. 23 der Algemene Bepalingen van wetgeving, niet door partijen worden gemaakt en is dus van rechtswege nietig.

De diensten van een boekhouder en correspondent zijn niet als die van een dienstbode of werkman, waarop de exceptioneele bepalingen van art. 1601—P03 Burg. Wetb. toepasselijk ziju.

Hetgeen bij den toegewezen eisch in conventie reeds in compensatie is gebracht moet daarom in reconventie worden oniizegd. 649