is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat die verklaring aan nauwkeurigheid veel te wenschen overlaat, omdat de woorden „en dergelijke", een wijd veld voor gissing geven, welke geschillen nog al meer bedoeld worden, die volgens de Mohamedaansche wetten moeten worden beslist, terwijl er in het geheel niet wordt gesproken van rechtspraak door hoofden van met Inlanders gelijkgestelde personen, maar dat er toch in elk geval twee kategoriën van burgerlijke geschillen onder Inlanders bepaaldelijk worden opgenoemd, n,l. die omtrent huwelijkszaken en die omtrent boedelscheidingen;

O. dat er echter niet bepaald wordt welke species van huwelijks quaestiën of boedelscheidings quaestiën bedoeld worden, zoodat om de algemeenheid van uitdrukking moet aangenomen worden, dat daaronder vallen allerlei soort van burgerlijke geschillen omtrent huwelijkszaken en boedelscheidingen, ook die, welke over eigendom of andere rechten loopen, mits zij tot eene van die beide katagoriën behooren;

O. dat zaken van huwelijk en boedelscheiding zijn onderworpen aan burgerlijk privaatrecht, zoodat dit strekt tot bevestiging, zoo noodig, van de bovengemaakte opmerking, dat de priesterschap natuurlijk niet evenals de administratieve macht rechtspreekt over quaestiën van publiekrechterlijken aard, maar over burgerlijke geschillen ;

O. dat hieruit blijkt, dat de in het tweede lid van art. 78 llegeerings-Regleraent vermelde tegenstelling of uitzondering niet in het bijzonder gericht is tegen de woorden „eigendom of daaruit voorstspruitende rechten, enz." maar meer in het algemeen tegen de opdracht van rechtspraak aan de rechterlijke macht, met dien verstaande n.1. dat nevens de rechterlijke macht ook eenige beperkte rechtspraak over geschillen van privaatrechtelijken aard bij uitzondering is voorbehouden aan de inlandsshe priesterschap;

O. dat in het geheele art. 78 Regeerings-Reglement derhalve niets anders staat te lezen dan dat de regel is dat (burgerlijke) geschillen over eigendom en andere burgerlijke rechten moeten berecht worden door de eigenlijke gezegde (in specie sic dicta) rechterlijke macht, en dus niet door andere machten of autori-