is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het lichaam der dagvaarding verwijst, is uitgebracht aan Ong Kim San „in zijne hoedanigheid van President van voormeld fonds

dat na het overlijden van Ong Kim San de sedert door het bestuur gekozen President Lie Pian Seng in dezelfde hoedanigheid is gedagvaard, daar hij thans de persoon is, die de verlangde vergadering heeft te beleggen ;

dat Lie Pian Seng door zijn optreden als President wel is waar niet in het algemeen aansprakelijk werd voor de beweerde tekortkoming van zijnen voorganger, zooals den eersten rechter kan worden toegegeven, doch hij niettemin, door ook zijnerzijds geen gevolg te geven aan het krachtens de statuten gedaan verzoek om eene algemeene vergadering te beleggen en zich geheel te stellen op en te vereenigen met het standpunt door zijn voorganger ingenomen en alzoo in de hoedanigheid, waarin hij in rechten geroepen werd, hij ook zijnerzijds zich onwillig heeft betoond om aan het door de appellanten krachtens de statuten aan den President gedane verzoek tot het bijeenroepen der algemeene vergadering te voldoen;

dat de Raad van Justitie ook aan de gevraagde veroordeeling in de kosten, eerst van den President Ong Kim San, later van diens opvolger Jde Pian Seng, een argument heeft ontleend, te weten dat, vermits de President van een zedelijk lichaam qua talis geen gelden bezit, uit den aard der zaak de kosten in privé te zijnen laste zouden moeten komen ;

dat dit echter niet juist voorkomt, vermits de President van eene als rechtspersoon erkende vereeniging, door hetgeen hij als zoodanig binnen de grenzen der statuten verricht, de vereeniging verbindt, hetgeen ook geldt ten aanzien van een proces, loopende over de vraag of deze functionaris al dan niet terecht heeft nagelaten wat van hem in zijne hoedanigheid gevorderd werd door personen met wie volgens zijne meening de vereeniging niets te maken heeft, alsmede van de kosten van het proces, zijnde een wettelijk gevolg daarvan ;

dat dit bepaaldelijk geldt ten aanzien van het gedaagde fonds, daar bij artikel 10 der statuten uitdrukkelijk aan den President