is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoen te Makassar verboden kampongs Patoenaeang, Renggang en Pisang te doorkruisen, opzettelijk lieeft nagelaten de hem gegeven orders na te komen, door — na zich van zijnen gordel met kapmes ontdaan en die weggeworpen te hebben — van de patrouille weg te loopen;

O. dat bet gerechtelijk onderzoek, naar aanleiding dezer klacht gehouden, de opvatting wettigt dat ook de klager zich de zaak zoo voorstelde, dat de beklaagde, thans geappelleerde, aanvankelijk aan den hem gegeven last heeft voldaan, doch eerst later van de patrouille is weggeloopen, toen deze, na hare taak bijna voloracht te hebben, naar het kampement terugkeerde;

O. dat dit den geappelleerde ten laste gelegd feit niet oplevert het in art. 95 of eenig ander artikel van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande strafbaar gesteld misdrijf, doch slechts de overtreding van artikel 10 van het Reglement van Krijgstucht, daar niet kan gezegd worden, dat beklaagde uitdrukkelijk heeft geweigerd of opzettelijk nagelaten, den bevolen dienst te verrichten;

O. derhalve, dat de Krijgsraad zich onbevoegd had behooren te verklaren om van de onderwerpelijke zaak kennis te nemen en die te verwijzen naar de disciplinaire authoriteit, gelijk in hooger beroep, met vernietiging van zijn vonnis, alsi.og behoort te geschieden ;

Gelet op de in het vonnis en hierboven aangehaalde wetsbepalingen, zoomede op de artikelen 50 en 58 van ' Hofs Provisioneele Instructie;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin!

Ontvangt het appèl.

Admitteert de voorgestelde exceptie.

Vernietigt het vonnis, waarvan appèl.

Verklaart den Krijgsraad onbevoegd kennis te nemen van het den geappelleerde bij de bovengemelde klacht ten laste gelegde.

Verwijst hem te dier zake naar de bevoegde disciplinaire autoriteit.