is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezien het authentiek afschrift der acte, luidens welke de Substituut-Officier van Justitie bij voormelden Raad ter griffie van dat rechtscollege, op den 14den Juli 1894, heeft verklaard van dit vonnis cassatie aan te teekenen;

Gelet op de memorie van cassatie van den Officier van Justitie bij meergemelden Raad, gedagteekend Soerabaja 26 Juli 1894 en op de daarop gestelde aanteekening van 's Hofs Griffier, ten bewijze dat die op den ISden Augustus daaraanvolgende ter griffie van het Hoog-Gerechtshof is ontvangen;

Nog gelet op 's Hofs beschikking ddo. 16 Augustus 1894 en de krachtens dezelve plaats gehad hebbende beteekening dier memorie aan den gerequireerde, op den 28sten Augustus 1894;

Gelet op de missive van den gerequireerde van den 6den September 1894 No. 630/13, waarbij hij, onder overlegging van een afschrift zijner eertijds aan den Raad van Justitie te Soerabaja ingediende memorie van verdediging, verzoekt zich aan den inhoud van dit stuk in cassatie te mogen refereeren, en op die memorie, gedagteekend Trenggalek 25 Mei 1894 No. 416/13;

Gelezen de namens den Procureur-Generaal door den Advocaat Generaal Mr. H. Wichers ingediende conclusie van cassatie, gedagteekend Batavia, 20 September 1894, strekkende dat het Hof, met vernietiging van het vonnis van den Raad van Justitie te Soerabaja ddo. II Juli 1894, waarvan cassatie, zal ontvangen het beroep in cassatie en den gerequireerde zal veroordeelen in de kosten in cassatie gevallen en voorts, ten principale rechtsprekende en doende wat de eerste rechter had behooren te doen, den beklaagde, thans gerequireerde, alsnog zal schuldig verklaren aan de hem bij requisitoir van den Officier van Justitie bij dien Raad, ddo. I 7 April te voren, ten laste gelegde overtreding van artikel 21 van het Reglement op het houden van de registers van den burgerlijken stand en hem te dier zake zal veroordeelen tot eene geldboete, de som van honderd gulden niet te boven gaande, zoomede in de kosten van liet geding ;

Nog gezien de stukken ;

O. dat door den requirant R. O. bij zijne memorie van cassatie als middel is voorgesteld :