is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstande, dat beklaagde daarvan nog zal ondergaan vier jaren en zeven maanden en overigens het vonnis moge bekrachtigen;

Gehoord het rapport van den Vice-President Mr. W. C. Veenstra;

O. dat de beklaagde op de wijze door de wet voorgeschreven en binnen den termijn bij deze gesteld, verklaard heeft van dit vonnis revisie te verlangen;

O. dat de eerste rechter, op grond der wettige bewijsmiddelen in het vonnis vermeld, te recht eene schuldigverklaring en veroordeeling tegen den beklaagde uitgesproken, maar het gepleegde feit niet naar behooren omschreven heeft;

O. toch dat aan beklaagde bij de acte van beschuldiging, in overeenstemming met die van verwijzing, is ten laste gelegd: dat hij, na reeds bij arrest van het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië ddo. 1 Juni 1888 No. 130, verbeterende het vonnis van den Landraad te Tjilatjap ddo. 7 April 1888 No. 20, ter zake van diefstal met buitenbraak in een bewoond huis, tot vijf jaren dwangarbeid in den ketting te zijn veroordeeld, wetende dat die goederen door misdrijf waren verkregen en met den wil om die aan den eigenaar en de nasporingen der politie te ontrekken, in het bezit is geweest van een paar zilveren oorknoppen en drie stellen halsboordknoopen, welke te zamen met meer andere goederen, ter waarde van ƒ 64.50 (vier en zestig gulden en vijftig cent), in den nacht vóór Donderdag Kliwon, 16en November 1893, omstreeks twee ure, middels stuksnijding van het touw, waarmede de huisdeur was dichtgebonden, zijn ontvreemd uit het in de dessa Pagoeboegen, district Adiredja, afdeeüng Tjilatjap, gelegen woonhuis van Bangsadrana en dien persoon zouden toebehooren;

dat echter uit het door den Landraad gehouden onderzoek is gebleken, dat evenbedoelde diefstal niet heeft plaats gehad „middels stuksnijding van het touw, waarmede de huisdeur was dichtgebonden", maar dat de dief zich den toegang tot de woning van Bangsadrana voornoemd heeft verschaft, door een der bamboelatten in de huisdeur, welke geheel van gevlochten bamboe was vervaardigd, te verbreken en door de aldus ontstane opening een stokje te steken en daarmede de klink op te lichten;