is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechtdoende :

Vernietigt het vonnis op den 20sten Augustus 1.894 door den Landraad te Pasoeroean tegen den beklaagde Deroen gewezen, voor zoover hij daarbij ter zake van het hem in de tweede plaats ten laste gelegde feit, is schuldig verklaard aan en veroordeeld wegens het des bewust gebruik tnaken van een valsch authentiek getuigschrift onder verzachtende omstandigheden.

Verklaart dat ev6nbedoeld feit misdrijf noch overtreding oplevert.

Ontslaat den beklaagde te dier zake van alle rechtsvervolging.

En wijders enz.

Raadkamer van 15 October 1894.

Voorzitter: als voren.

Artt. 64 rn 13 Recht. Org.

J olgens art. 64 van het Regl. op de Recht. Org. kunnen de buitengewone Substituut-Griffiers de functien van Griffiers niet waarnemen, alvorens den eed, big art. 13 van dat Reglement omschreven, te hebben afgelegd. Elke ambtsverrichting, door zoodanigen Griffier gedaan zonder voorafgaande eedsaflegging, is gedaan in strijd met de wet en mitsdien onbevoegd.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLAN DSCH-INDIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Markassan en het in die zaak op 20 Juli 1894 door den Landraad te Tjilegon gewezen vonnis, waarbij de beklaagde is schuldig verklaard aan het misdrijf van: „medeplichtigheid aan diefstal met inklimming en buitenbraak in een bewoond huis, door het des bewust helen van het gestolene, onderverzachtende omstandigheden", en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van