is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op Donderdag Paing 17 Mei 1894, toen hij als dwangarbeider geboeid werd vervoerd, op den pasar te Kasoegian, afdeeling Tjilatjap, residentie Banjoetnas, moedwillig met den ketting van zijn handboei, lo de vrouw Erabok Soeratirta een kwetsuur op het hoofd, 2o Singadrana een slag op het rechteroog en op de borst, 3o Singadiwangsa een slag op den rug beeft toegebracht, ten gevolge waarvan geene ziekte of onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid van meer dan twintig dagen is ontstaan;

O. dat de Landraad deze feiten, te recht op de in zijn vonnis aangegeven bewijsmiddelen wettig bewezen heeft geoordeeld, doch ten onrechte, op grond van beklaagde's vroegere hierboven vermelde veroordeeling, art. 25 van het Wetboek van Strafrecht voor Inlanders op beklaagde heeft toegepast;

O. toch dat de Hoeloebalang van Edi Besaar, die de vroegere veroordeeling tegen beklaagde heeft uitgesproken, in verband met het bepaalde bij art. 74 van het Kegeeringsreglement, geen recht spreekt in naam des Konings, omdat de inheemsche bevolking in gemeld landschap gelaten is in het genot van hare eigene rechtspleging en dus ook niet het Strafwetboek voor Inlanders en daarmede gelijkgestelden heeft toe te passen;

dat nu van toepassing van art. 25 van het Inlandsch Strafwetboek, waartoe de Landraad is overgegaan, alléén sprake kan zijn, wanneer een beklaagde, na eene veroordeeling te hebben ondergaan tot eene der in dat artikel opgenomen straffen, andermaal* wegens misdrijf terecht staat;

dat zoodanige veroordeeling als verzwarende omstandigheid, uit den aard der zaak, móet zijn uitgegaan van een rechter, die dat, Strafwetboek toepast, omdat het aannemen van eene vroegere veroordeeling in het materieele strafrecht als verzwarende omstandigheid en als zoodanig kunnende leiden tot strafverhooging, ten nauwste met het aangenomen strafstelsel in verband staat;

dat dit dan ook duidelijk blijkt uit de bewoordingen van art. 25 zelve, immers deze geen andere opvatting gedoogen, dan dat op iemand, die andermaal wegens misdrijft terecht staat, die derhalve te voren reeds wegens misdrijf is Veroordeeld, de strafvtrhooging in de 2e alinea bedoeld kan worden toegepast,