is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gulden), met bepaling van den tijd, gedurende welken de beklaagde bij het niet voldoen dier geldboeten in gijzeling zal kunnen worden gehouden, op één dag dwangarbeid buiten den ketting voor elke boete.

Bekrachtigt liet vonnis overigens.

Veroordeelt den beklaagde bovendien in de kosten in revisie gevallen.

VERWIJZING.

Beschikking van 21 September 1894.

President van den Landraad te Soekaboeuii: Mr. R. H. K leijn.

A rt. 272 S tbafw. v. I nl. — K lachtdelict. — O uders of V oogden.

Be klacht van ouders of voogden, bedoeld in de laatste alinea van art. 272 Strafw. voor Inlanders, moet afzonderlijk bij de processtukken worden gevoegd.

y Een klacht, ingediend door dengene, bij wien de ontvoerde minderjarige inwoont en door wien zij wordt opgevoed, heeft geen waarde, indien die persoon geen vader of voogd is dier minderjarige.

Be oudste meerderjarige broeder van de minderjarige is ook onbevoegd bedoelde klacht in te dietien, omdat de oudste meerderjarige wettige zoon in geen enkel geval door de Mohamedaansche wel aangewezen is als voogd over de minderjarige kinderen van zijn overleden vader, komende deze qualiteit als zoodanig alleen toe aan de mannelijke adscendenten in de rechte mannelijke lijn.

Be wet wil dat de klacht aan het geheele onderzoek voorafgaat, en niet na dat onderzoek eerst worde ingediend.

De President van den Landraad te Soekahoetni;

Gelezen de door den Assistent Resident van Soekaboemi, hij missives ddis. 15 en 19 September 1894 Nos. 2797/2 en 2825/2,