is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingezonden stukken van het voorloopig en nader onderzoek in zake den Inlander Bapa Hawa, oud naar aanzien 36 jaren, geboren in kampong Djidahoe, dessa Tjisaat, district Tjitjoeroeg, afdesling Soekaboemi, residentie Preanger-Regentscliappen, wonende in kampong Tendjolaja, dessa Tjisailt voormeld, van beroep landbouwer;

O. dat uit de stukken van liet voorloopig en nader onderzoek blijkt ten aanzien van den Inlander Bapa Hawa voornoemd, als zoude hij 36 jaren oud zijnde, op Maandag 4 Juni 1894, tegen 6 uur in den morgen, het 12-jarig Inlandsch meisje Saoetie, dat opgevoed werd door en, volgens den wil harer thans overleden ouders, wonende was ten huize van haar oom Djailam, in kampong Tendjolaja, dessa Tjisaat, district Tjitjoeroeg, afdeeling Soekaboemi, residentie Preanger Regentschappen, van daar, buiten medeweten van Djailam voornoemd, maar met toestemming van bedoelde Saoetie hebben weggevoerd naar Buitenzorg en haar daar als koeli voor Deli aan den koelimandoer Awa hebben aangeboden, die echter het aanbod niet heeft aangenomen, daar Saoetie, nog te jong was om koelidiensten te kunnen praesteeren, welke handeling ingevolge artikel 272 § 1 jo. 270 en 271 van het Wetboek van strafrecht voor Inlanders in Nederlandsch Indië strafbaar is met dwangarbeid in den ketting van 5—15 jaren en mitsdien misdrijf oplevert;

O. echter, dat volgens alinea ultiina van artikel 272 Inlandsch Strafwetboek dit strafbaar feit alleen vervolgbaar is op klachte jr van ouders of voogden ;

dat evenwel in casu van een dergelijke, door ouders of voogden uitgebrachte klacht — welke afzonderlijk bij de stukken van voorloopig onderzoek had behooren te zijn gevoegd, daar deze een bepaald processtuk is — niets blijkt ;

dat de processenverbaal ddis. 13 Juni en 15 Juni 1894 van den Assistent-Wedana van Benda en den Djaksa bij den Landraad te Soekaboemi betrekkelijk den persoon van Djailam, bij wien het ontvoerde meisje Saoetie inwoont en door wien zij wordt opgevoed en van wien in deze de vervolging is uitgegaan, ten eenenmale het karakter eener vormelijke klacht missen en