is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets anders zijn dan processen-verbaal van getuigenverhoor en dit karakter daaraan niet ontnomen kan worden, al moge het proces-verbaal van verhoor van getuige Djailani, ddo. 15 Juni 1894, voor den Djaksa' te Soekaboemi, door dien getuige met een kruisje zijn onderteekend ;

dat daarenboven getuige Djailam noch ouder noch voogd is van liet ontvoerde meisje, zoodat, al mozht, men willen aannemen, dat getuige werkelijk een „klacht," ten deze beeft uitgebracht, die klacht in casu toch van geen waarde is, omdat zij is uitgegaan van een onbevoegde;

dat immers getuige Djailam slechts is de oom van het ontvoerde meisje en dus van rechtswege volgens de Mohamedaansche wet geen voogd van haar is, komende deze qualiteit als zoodanig alleen toe aan de aqabats (mannelijke adscendenten in de rechte mannelijke lijn), terwijl getuige evenmin, volgens zijn eigen opgave, bij testament of anderszins tot voogd over het ontvoerde meisje is aangesteld ;

O. dat bij het nader onderzoek in deze zaak zich wel is waar een andere klager in deze heeft opgeworpen, n.1. zekere Ending, oudste wettige meerderjarige broeder van het ontvoerde meisje, maar ook deze ten eenenmale onbevoegd is om in casu een klacht uit te brengen en wel:

le. omdat de oudste meerderjarige wettige zoon in geen enkel geval door de Mohamedaansche wet aangewezen is als voogd over de minderjarige kinderen van zijnen overleden vader (zie boven) en dus onjuist de bewering van Ending, dat dit in deze streken wèl het geval zoude zijn, daar nog onlangs in een civiel proces voor den Landraad te Soekaboemi door den Priesterraad alhier uitdrukkelijk de oudste meerderjarige zoon tot voogd over zijn minderjarige broers en zusters benoemd werd;

dat overigens van zoodanige benoeming tot voogd bij testament of anderszins in casu ten eenenmale niets blijkt en dus getuige Ending geen voogd is over zijn zusje Saoetie; 2e. omdat nergens van eenige vormelijke klacht in deze, door Ending uitgebracht, blijkt, daar het door hem met een