is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de wetboeken vindt deze speciale strengheid ten aanzien der huwelijken van sajjidsdochters geenen steun.

Evenzeer als eene bakkersdochter met haar goedvinden en dat van haren wali aan eenen looier tot vrouw mag worden gegeven, al stelt de wet den bakker boven den looier in rang, evenzeer mag de sajjidsdochter, met toestemming van haren wali, de echtgenoote worden van iemand van lagere geboorte. Inderdaad zijn er dikwijls omstandigheden, die de sajj'ds tot matiging van hunnen geboortetrots kunnen nopen. Hunne talrijkheid dwingt hen, daar zij zich toch niet allen aan theologische studiën kunnen wijden, op allerlei wijze hun levensonderhoud te zoeken, en het kan niemand verwonderen, dat een sajjid barbier eenen Turkschen pasja eene zeer gewenschte partij acht voor zijne dochter. Bovendien zijn de stainboomen van vele sajjids niet boven bedenking verheven.

Tegen de zuiverheid der genealogie van den in Hadhramaut gevestigden Alawidischen tak van den stam der sajjids worden evenwel geene bezwaren ingebracht. Sedert eeuwen gevestigd in een land met zeer primitieve sociale verhoudingen, viel het hun daar gemakkelijker dan elders, hunne dochters voor al wat mésalliance heet te bewaren. Zoo werd hun adel ook buiten hun eigen land hooger geschat dan die der meeste andere afdeelingen van hun geslacht., en hun adeltrots nam in dezelfde mate toe. Geoorloofd of niet geoorloofd volgens de wetgeleerden, een huwelijk van eene hunner dochters met eenen niet-sajjid is in hunne oogen eene onduldbare schande. De vader of andere wali, die in zoo iets toestemde, zou in Hadhramaut minstens geboycott worden, en den vermetelen echtgenoot zou men het leven zoo zuur maken, dat hij zijne adellijke vrouw spoedig zou verstooten. Waar vele Hadhrainieten in een land met geheel andere sociale verhoudingen dan die van hunne arme woestenij gevestigd zijn, en een sajjid van Hadhramaut zich laat verleiden zijne dochter bijv. aan eenen gewonen Arabier of Javaan of Maleier uit te huwelijken, daar maakt hij zich zijne voornaamste geslachtsgenooten tot vijanden. Sajjid Oetbman zelf gaf eens een heftig strijdschrift uit tegen den panghoeloe van