is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Ten vierde. Gereed geld, als:

a. Een bedrag van tien duizend gulden, door de vrouwe comparante uit eene in der tijd plaats gehad hebbende geldloterij, waarin zij te zameu met anderen een lot genomen had, alzoo in cijfers. . ƒ 10000.—

b. Een bedrag van vijf duizend gulden, hetwelk mede aan de vrouwe comparante is gelegateerd geworden door haren vader, wijlen den Kapitein der Chineezen Oeij Ing Soan voornoemd, dus . . „ 5000.—

c. Een som van vijftien duizend gulden die door de vrouwe comparante is verkregen geworden als winst uit haren eigen handel, en welk bedrag thans door haar gedeeltelijk nog als bedrijfskapitaal voor haren handel gebezigd wordt en gedeeltelijk op diverse wijzen is uitgezet, dus 15000.—

Het gereede geld bedraagt alzoo te zamen een som van dertig duizend gulden ƒ 30000.—

dat de tweede acte inhoudt, dat appellante en haar man te rade geworden waren om de in de eerste acte voorkomende opgaven aan te vullen met eene specificatie der meubelen en preciosa's, waarna dan eene lange lijst hier/an volgt, zonder dat echter elk voorwerp afzonderlijk gewaardeerd is, hetgeen, zooals bereids gereleveerd, uitdrukkelijk voorgeschreven is;

dat, aangenomen al, dat voor goederen, door erfenis, legaat of schenking verkregen, op elk gewild oogenblik eene notarieele beschrijving kan worden opgemaakt, en niet veeleer zoo spoedig mogelijk na de verkrijging, het zeker niet de bedoeling van den wetgever kan zijn, dat het bewijs van verkregen winsten aanwezig