is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan wel liet huis, de beide erven en de 20.000 sleenen, die voor dat geld zijn gekocht of vervaardigd; en II. Om aan de gerequireerde eene som van f 18.— te betalen aan levensonderhoud gedurende de zes maanden dat, zij, zonder door haren echtgenoot te worden onderhouden, hij haar ouders heeft gewoond;

O. dat dat college dus bij die uitspraak, meer in 't bizonder bij het eerste deel daarvan, in eene beoordeeling is getreden omtrent de gegrondheid van het beweren der gerequireerde, dat zij de opgemelde som mede ten huwelijk had gebracht en dat, daarvan een huis en twee erven zouden zijn gekocht dan wel eene hoeveelheid steenen zou zijn gebakken, op welk beweren hare vordering berustte;

O. dat de Priesterraden volgens de resolutie in Staatsblad 1835 No. 58 echter slechts uitspraak mogen doen in tusschen Javanen ontstane geschil'en omtrent huwelijkszaken, boedelscheidingen en dergelijke, welke volgens de Mohamedaansche wetten moeten beslist worden, maar de onderwerpelijke vordering daaronder niet is te rangschikken en het in deze tusschen partijen gerezen geschil dus evenals alle andere schuldvorderingen bij uitsluiting tot de kennis van de rechterlijke macht behoorde ;

O. dat de Landraad mitsdien door die uitspraak van den Priesterraad omtrent een geschil, dat niet tot zijn bevoegdheid behoorde, executoir te verklaren de aangehaalde wetsbepalingen evenals dit college heeft geschonden ;

O. dat zijn vonnis derhalve behoort te worden vernietigd en de gevraagde executoir verklaring geweigerd ;

Gelet op de aangehaalde wetsbepalingen, de artikelen 192 juncto 198 van het Inlandsch Reglement en 58, 426 en 432 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende :

Vernietigt het vonnis van den Landraad te Tegal, op den Ilden Augustustus 1894 tusschen partijen gewezen, waarvan cassatie.

LXIII. 53