is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAFZAKEN.

REVISIE.

HOOG GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-1NDIE

(Eerde Kamer).

Raadkamer' van 11 December 1891.

Voorzitter: Mr . W. C. Vrenstra.

Verwijzing. — Acte van beschuldiging. —

Art. 246 Inl. Regl.

Wel is waar behoort de acte van beschuldiging, voor zooveel de ten laste gelegde feiten betreft, met de acte van verwijzing overeen te stemmen, doch het is aan het Openbaar Ministerie daarom nog niet ongeoorloofd in de acte van beschiddiging omstandigheden op te nemen, door welke die feiten zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd geweest, voor zoover die tot verlichting of verzwaring van de schuld van den beklaagde kunnen bijdragen, ook al zijn die omstandigheden niet in de acte van verwijzing vermeld. Art. 246 van het lnl. Regl. legt integendeel aan den lloofddjaksa de verplichting daartoe op.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN N EDERL A N DSCH-1N D IE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van de beklaagden Pak Denarrnoen en Djiman en de in die zaak o[) 17 October 1894 door den Landraad te Pasoeroean gewezen vonnissen, waarbij de eerste beklaagde is schuldig verklaard aan: