is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beschikking van 27 September 1894.

Voorzitter: Mr. Kist.

Bij den Hoogen Raad was ingediend een verzoekschrift door een gegageerd sergeant-inajoor titulair van de Landmacht in Suriname, daarna koopman en winkelier te Tilburg, waarvan de strekking geheel blijkt uit de conclusie van het O. M.

De Advocaat Generaal Mr. Patiin concludeerde als volgt:

Gezien vorenstaand verzoek daartoe strekkende, dat de Hooge Raad, met vernietiging van de aangevallen beschikking, zal toewijzen het iti eersten aanleg gedaan verzoek t.w., dat het der Rechtbank moge behagen te verstaan, dat door den requirant persoonlijk ten eigen bate mogen worden geind of door den curator aan hem uitgekeerd de gagementen, waarop hij als gegageerd strgeant-majoor-titulair recht heeft en te bevelen dat requestrants faillissement onverwijld door den curator zal worden vereffend;

O. wat het eerste verzoek betreft, dat, al mogen ook bij art. 1 der wet van 26 Mei 1849 Stbl. No. 24 de gagementen, als waarvan hier sprake is, onvervreemdbaar verklaard zijn, zulks niet wegneemt, dat, indien de gegageerde verkeert in staat van faillissement, diens gagementen behooren tot de baten van zijn boedel, waarop de curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeischers aanspraak kan maken, — en wat het tweede verzoek betreft, dat de wet nergens aan de Rechtbank de bevoegdheid verleent tot het geven van een bevel als door req. verzocht;

O dat derhalve het voorgestelde middel is ongegrond ;

Concludeert tot verwerping.

De Hooge Raad:

O. dat art. 1 der wet van 26 Mei 1849 Stbl. No. 24 ten aanzien van de pensioenen en gagementen van de Zee- en Landmacht, daaronder begrepen die der overzeesche bezittingen, alleen bepaalt, dat zij onvervreemdbaar zijn, dat is, onvatbaar om aan anderen te worden overgedragen;