is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel is waar kan een verzuim van dat voorschrift in hooger beroep worden hersteld, maar dan dient men voor den appèlrechter te procedeeren zooals dat in eerste instantie is voorgeschreven en kan men in appèl niet volstaan met een beroep te doen op de ter griffie der rechtbank in eersten aanleg overgelegde acte, bedoeld in de tweede alinea van dc aangehaalde bepaling. Getuigenbewijs tegen den inhoud eener authentieke acte is niet toelaatbaar 205

Orderbillet. — Koopman. — Handel. — Art. 581, lo. Burg. Rechtsv. — Lijfsdwang.

Volgens art 681, eerste alinea, tweede lid Burg Rechts .worden orderbilletten, door een, koopman ondertcekend, geacht voor zijnen handel te zijn aangegaan. In dat geval is lijfsdwang toegelaten.

Indien het dus tusschen partijen vatstaat, dat de onderteekenaar van het orderbillet is handelaar en daarin is vermeld, dat de waarde genoten is voor de door den onderteekenaar gedreven handelszaken, dan mag a fortiori de gevraagde lijfsdwang niet worden geweigerd 215

Art. 138, jo. 208 Wetb. v. K. — Endossement. — Cessie. — Art. 613 Burg. Wetb.

Een eerst na den vervaldag op oen orderbillet, in den vorm van een endossement, gesteld geschrift, luidende: „voor mij aan de order van N. N., waarde genoten, onder voortdurende aansprakelijkheid als endossant, ook zonder protest", met de daaraan toegevoegde dagteekening en onderteekening, kan niet tevens zijn een acte van cessie in den zin van art. 613 Burg AVetb. Dit zou in strijd zijn met art. 118 jo 208 AVetb. v. Koophandel, in welk eorstgemeld artikel endossement tegenover afzonderlijke acte van cessie gesteld wordt. Het bedoelde geschrift voldoet ook daarom niet aan de vereischten van eene acte van cessie, omdat uit de bewoordingen niet ondubbelzinnig blijkt, dat daarmede eene overdracht van rechten en niet maar blootelijk eene volmacht tot invordering van het bedrag der in het vervallen accept vermelde schuld is bedoeld 218

Art. 1905 en 1941 Burg. AA 7 etb. — Verklaring van een enkelen getuige. — Suppletoire eed.

De verklaring van slechts een enkelen getuige levert wel is waar geen bewijs op in rechten, maar is evenwel een wettig bewijsmiddel, dat, aangevuld door een ander wettig bewijsmiddel — den eed — , dat bewijs kan opleveren • . 2H