is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortvloeiende verplichting, namelijk tot levering van een ander geschikt glas, maar geenszins eene tot nakoming van de dooide latere overeenkomst reeds vervangene en dus te niet gegane verbintenis en wel die tot teruggave van liet in reparatie gegeven objectief-glas;

O. dat op die gronden de eerste rechter te recht den eischer met zijne vordering, welke de strekking heeft den gedaagde te noodzaken tot nakoming eener verbintenis, die reeds waste niet gegaan, heeft verklaard niet ontvankelijk:

Gelet op de in het vonnis aangehaalde bepalingen, op artikelen 1381 en 1413 s.q.q. Burgerlijk Wetboek, en artikel 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende:

Verklaart den incidenteel-appellant met zijn incidenteel appèl niet ontvankelijk.

Doet te niet het principaal appèl.

Bekrachtigt het vonnis waarvan appèl.

Veroordeelt den appellant in de kosten van het lioogcr beroep.

Zitting van 7 Februari 1896. Voorzitter: als voren.

Uitwijzing van eigendom. — Akt. 1 Sthl. 1870 No. 118.— Art. 805 Burg. Rechtsv. — Bewijslast.

Art: 1 van Stbi. 1870 No. 118 constateert als beginsel het recht der Regeering op haar geheel grondgebied als domeingrond.

Wanneer iemand uitwijzing van eigendom vraagt op een binnen den Ned. Indischen Archipel gelegen stuk grond, dan moet hij, indien de Regeering zich tegen de toewijzing van dat verzoek verzet met een beroep op dat Koninklijk Besluit, bewijzen persoonlijk eigenaar van dien grond te zijn.

De Chinesche Raad te Batavia, aldaar gevestigd, appellant, comp. bij den Adv. en 1'roc. Mr. J. Schoutendorp,