is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Chineezen Lim IJoe Tong, Lim Djin Tong, hande'aars

wondende te Tangerang, requiranten van cassatie comp bij den Adv. en Proc. Mr. Th. A. Ruijs, contra

den Chinees Lim Sam Ho, wonende te Klapa Satoe (Tangerang) gereqnireerde.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Gelezen het op den 16den September 1893 door den Raad van Justitie te Batavia (2e Kamer) tusschen de thans requiranten van cassatie, destijds appellanten, en den gerequireerde, destijds geintimeerde, uitgesproken vonnis in hooger beroep van dat van den Landraad te Tangerang van 29 Juni 1893, tusschen de thans requiranten als eischers en den thans gerequireerde als gedaagde gewezen, waarbij, met tenietdoening van het appèl, het vonnis waarvan appèl, is bekrachtigd en de appellanten in de kosten der appellatoire instantie zijn veroordeeld;

Gezien de acte waaruit blijkt, dat de advocaat en procureur bij den Hove Mr. Th. A. Ruijs, namens de oorspronkelijk eischers, op den 12den October 1893 ter griffie van het Hoog-Gereclitsliof van voormeld vonnis van den Raad van Justitie te Batavia cassatie heeft aangeteekend;

Gelet op de door dien praktizijn gediende en aan gerequireerde beteekende memorie van cassatie, zijnde door laatstgenoemde geen contra-memorie ingeleverd;

Gehoord den Procureur-Generaal in zijne bij monde van den Advocaat-Generaal Mr. Ch. H. Nieuwenhuijs ter openbare terechtzitting van 22 Februari 1894 genomen conclusie, strekkende, tot nietontvankelijk verklaring, subsidiair, tot verwerping van het beroep in cassatie, in beide gevallen met verwijzing van requiranten in de kosten daarop gevallen;

Gezien de stukken;

O. dat door requiranten als eenig middel van cassatie is aangevoerd ; Schending en verkeerde toepassing van de Generale