is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op grond, dat artikel 3b. van het aangehaalde Staatsblad blijkbaar sleehts bedoelt het daarbij genoemde forum privilegiatum aan die verwanten van regenten toe te kennen, zoolang de persoon, aan wiens betrekking ze dat ontleenen, nog in leven is en dus, nu dit in casu niet het geval is, de kennisname van de onderwerpelijkc zaak tot de bevoegdheid van den Landraad behoort;

O. dat zich dus hier het geval voordoet, bedoeld bij artikel 260 ten 2o. van het Reglement op de Strafvordering, hetwelk krachtens artikel 162 ten 3o. van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie ter beslissing Staat van het Hoog-Gcrechtshof;

O. dat de bepaling van artikel 3b van Staatsblad 1867 No. 10 is van exceptieven aard en mitsdien strictissimae interpretationis;

dat die bepaling nu alleen inhoudt, dat onder meer bloedverwanten tot den vierden graad ingesloten van regenten in Strafzaken voor de ten hunnen opzichte exceptioneele Europeesche rechtbanken zullen terecht staan, niet slechts zoolang die regenten nog in functie zijn, maar ook nog wanneer ze als zoodanig afgetreden of uit hun ambt ontslagen zijn; en, afgezien van de vraag of dit laatste ooit heeft plaats gehad, de persoon, aan wien die bloedverwanten dat forum privilegiatum ontleenen, dus in elk geval nog in leven moet zijn op het oogenblik, dat de strafvervolging wordt ingesteld, vermits er anders van bloedverwantschap tot een regent op dat oogenblik geen sprake meer is;

O. dat de President van den Landraad te Cheribon dus ten onrechte verklaarde, dat de aan de verdachten Raden Karta Winata en zijne echtgenoote Nji Siti Rapiah ten laste gelegde feiten niet tot de kennisname van den door hem voorgezeten Landraad behoorden, vermits deze toch de dagelijksche rechter is van Inlanders, welke niet in het genot van een forum privilegiatum zijn, en die Landraad mitsdien, met vernietiging van 's Voorzitters beschikking, alsnog bevoegd behoort te worden verklaard;