is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, nu hij dit niet gedaan heeft, daaruit een sterke aanwijzing wordt geput voor de leugenachtigheid van beklaagde's bewering;

O. dat de beklaagde niet heeft beweerd, dat dat tekort aan eenige andere omstandigheid is te wijten, zoodat met resumtie van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen is, dat de niet door hem verantwoorde hoeveelheid zout, ad ruim 38 kojangs, representeerende een waarde van ruim f 7000.—, door hem zelf is verduisterd;

O. dat mitsdien beklaagde zich heeft schuldig gemaakt aan het hem in de eerste plaats, aan het slot der acte van beschuldiging ten laste gelegde, opleverende het misdrijf van: „verduistering door een openbaar ambtenaar ten aanzien van goederen, die zich uithoofde van zijn betrekking in zijne handen bevonden, tot eene waarde van meer dan f 3000.— (drieduizend gulden)", omschreven en strafbaar gesteld bij artikel 117 juncto 120 van het Wetboek van Strafrecht voor Inlanders;

O. alsnu wat betreft het aan het slot der acte van beschuldiging in de tweede plaats aan beklaagde ten laste gelegde:

dat enz.;

O. dat evenvermelde feiten zoovele aanwijzingen zijn die in haar onderling verband het wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de beklaagde, ten einde toegang tot meermeld vak A te verkrijgen, opzettelijk het tot afsluiting daarvan van bestuurswege gelegd zegel heeft verbroken, welk misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 184 van het Strafwetboek voor Inlanders;

O. dat de beklaagde als zoutverkooppakhuismeester was bewaarder van de, tot afsluiting van de vakken van het onder zijn beheer staande pakhuis, gelegde zegels;

Nog gelet op den IVen titel en artikelen 349 en 411 van het Reglement op de Strafvordering, alsmede op artikel 8 van het Strafwetboek voor Inlanders, Staatsblad 1807 No 10 en artikel 4 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie;

Rechtdoende:

Verklaart den beklaagde Mas Wiriodiprodjo voornoemd schuldig aan: „verduistering, begaan door een openbaar ambtenaar,