is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deuropening van het erf bereikt had, hem onverhoeds met de lanspunt een steek in de rechterzijde toebracht, ten gevolge waarvan Ibra alias Pa Hadji voorover ter aarde stortte; dat Ibra alias Pa Hadji in den ochtend van den llen Januari 1895 ten 3Y 2 ure in de benting te Kertasada (de ziekeninricliting te Soemenep) is overleden, alwaar hij van af den 9en Januari te voren des avonds ten zeven ure verpleegd werd; dat vervolgens het lijk van den circa vijftigjarigen Ibra alias Pa Hadji, wiens eene been veel korter en minder ontwikkeld was dan het andere, werd geschouwd; dat het lijk eene wond in de rechterzijde op het midden tusschcn ribbeboog en darmbeenskam vertoonde; dat die wond twee centimeter lang en drie millimeter wijd doordrong tot in de buikholte; dat de buik sterk opgezet en hard was; dat lijkstijfheid en overige lijkverschijnselen, die in de eerste uren na den dood optreden, aanwezig waren; dat bij de lijkopening bleek dat, terwijl de overige ingewanden opgezet waren, de opklimmende dikke darm was samengevallen; dat in het midden van dit darmstuk zich eene opening bevond op correspondeerende hoogte met de wond in den buikwand; dat zich door deze wond darminhoud in de buikholte ontlast had; dat het buikvlies overal, maar vooral dicht bij de darmwond, heftig ontstoken was; dat de ingewanden overal verkleefd en met een laagje etterige fibrine bedekt waren; dat uit- en inwendige schouwing leiden tot de conclucies, dat de wond was gestoken en de steek doorgedrongen tot in den dikken darm; dat de darminhoud, die zich door deze wond uit den dikken darm heeft ontlast, aanleiding heeft gegeven tot eene etterige buikvliesontsteking en dat die allerheftigste buikvliesontsteking den dood heeft veroorzaakt;

O. dat de in de vorige overweging geresumeerde tegen den beklaagde als gebleken aangenomen daadzaken opleveren eene met voorbedachten rade moedwillige berooving van iemands leven, met andere woorden het misdrijf van „moord", omschreven en strafbaar gesteld bij artikelen 212, 213 en 218 van het Wetboek van Strafrecht voor Inlanders in Ncderlandscli-Indië;