is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de Krijgsraad zich vooralsnog onbevoegd heeft verklaard van deze zaak kennis te nemen, op grond dat het feit, waarvoor de beklaagde terecht staat, zou zijn een coinmun delict, terwijl er gewichtige aanwijzingen zijn om den persoon van Liem Liong Tien als medeplichtige te houden, doch de burgerrechter ten aanzien hiervan nog geen uitspraak heeft gedaan, moetende toch, als het wettig bewijs van die medeplichtigheid is geleverd, beklaagde, als hebbende gepleegd een commun delict in gemeenschap met personen welke terecht staan voor den burgerlijken rechter, ook voor dien burgerrechter terecht staan;

O. echter dat de Krijgsraad ten onrechte heeft aangenomen, dat het feit waarvoor beklaagde terecht staat een commun delict oplevert;

O. toch dat volgens de artt. 109,110 en 111 van het Reglement op den inwendigen dienst der Infanterie de kok en de bijkok, die hem bijstaat, beiden militairen, zijn personen die geëmploijeerd zijn bij de uitdeeling van de levensmiddelen, dat is van de goederen aan de menage toebelioorende, immers dezen, zij het dan onder toezicht van anderen, het eten, dat hun ter bereiding wordt toevertrouwd, opscheppen en het in de eetketels of op andere wijze onder de manschappen der menage verdoelen;

O. dat dergelijke personen, zich schuldig makende aan eenige ontvreemding van de hun in voege voorschreven toevertrouwde goederen, daardoor plegen het militair delict omschreven bij art. 199 van het Crimineel Wetboek, en voor den militairen rechter behooren terecht te staan;

O. dat derhalve de Krijgsraad ten onrechte zich onbevoegd heeft verklaard om van deze zaak vooralsnog kennis te nemen;

O. dat de Krijgsraad over het al of niet bewezen zijn van het ten laste gelegde nog niet heeft beslist, zoodat de zaak nog niet definitief door den hoogeren rechter kan worden afgedaan, weshalve 's Krijgsraads vonnis vernietigd, en de Krijgsraad alsnog bevoegd behoort te worden verklaard om van de zaak van den thans geappelleerde kennis te nemen;