is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelet op de boven aangehaalde wetsbepaling, zoomede op de artt. 50 en 58 van 's Hofs Provisioneele Instructie;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin l

Ontvangt het appèl.

Vernietigt het vonnis van de Krijgsraad te Soerabaja van 31 Mei 1894 voormeld.

Verklaart dien Krijgsraad bevoegd om kennis te nemen van het in bovenvermelde klacht den beklaagde, thans geappelleerde, ten laste gelegde.

Wijst de zaak terug naar dien Krijgsraad om daarin alsnog op de hoofdzaak recht te doen met inachtneming van het bovenstaande.

Verwijst den Lande in de in appèl gevallen kosten en misen der Justitie, mitsgaders in die van den procosse.

Zitting van 14 December 1894. Voorzitter: als voren.

Superieur. — Art. 99 jo. 101 Crim. Wetb.

Een le Luitenant, met hei commando van een compagnie belast, is de superieur in den zin van art. 99 Crim. Wetb. van de overige le Luitenants bij diezelfde compagnie.

Een Officier, die aan twee zijner collega's verzoekt om aan zijn compagnies-commandant zijn visitekaartje te overhandigen, met de opdracht, dat die superieur het visitekaartje behoorde te beschouwen als een slag, welke hij hem moedwillig toebracht in tegenwoordigheid der beide bedoelde collega's, pleegt geen strafbare handeling.

HET HOOG-MILITAIR-GERECHTSHOF,

Gezien het vonnis van eenen daartoe benoemden Krijgsraad te Magelang tegen den in hoofde dezer genoemden beklaagde