is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ouder Officier, noch de meerdere in rang van den appellant, immers deze was Luitenant-Adjudant bij het Tc bataljon Infanterie te Magelang en derhalve niet behoorde tot de compagnie, waarover de Luitenant K. op voornoemd tijdstip waarnemend commandant was en uit art. 20 jcto. art. 29 van het Reglement op den inwendigen dienst volgt, dat de meerderheid in rang, die uit de waarneming van een commando voortvloeit, beperkt is tot ranggeljj ken behoorende tot de compagnie, waarover het gezag is opgedragen en niet geldt tegenover ranggelijken bij andere compagniën;

O. dat het aan appellant ten laste gelegde derhalve niet valt onder art. 99 jcto. art. 101 van het Crimineel Wetboek noch onder eenig ander van de strafwet en appellant derhalve van het hem ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken;

Gelet op artt. 50 en 58 van 's Ilofs Provisioneele Instructie;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin!

Ontvangt het appèl.

Vernietigt het vonnis waarvan appèl.

Spreekt den appellant vrij van het hem ten laste gelegde.

Gelast dat hij onmiddellijk uit zijn arrest zal worden ontslagen, tenware hij om andere redenen daarin behoort te blijven.

Verwijst het Land in de in beide instantien gevallen kosten en misen der justitie mitsgaders in die van den processe.

Zitting van 11 Januari 1895. Voorzitter: als voren.

Provocatie aan den Hove ten behoeve van den geconDEMNEERDE

OF IN HET BELANG VAN DE IlOOGE

Overheid.

Wanneer de Advocaat-Fiskaal, aanvankelijk van oordeel zijnde, dat niet betvezen zou zijn, dat de beklaagde (veroordeeld wegens desertie) het eiland Java had verlaten, op grond daarvan den