is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet dat wij dit zeggen van alle Plijters, dat zij verre; maar van hen, op wien het verwijt van Bijnkershoek Observ. Juris Rom. Lib. 5 cap. 15 met regt toepasselijk is, te weeten: dat zij zig verbeelden, dat het een Regtsgeleerde is, die de springader of fontein, uit welke hij puttende in der daad wijs koude worden, verlaat en zig wend tot afdwaalende beekjes, om niet te zeggen stinkende rioelen van half geleerden. En mogt dit verwijt hen, zo wel als het verwijt van den Regtsgeleerde Quintus Mueius, aan den Grooten Orateur of Plijter Servus Sulpitius gedaan, tot beoeffening des Regts aanspooren, zo als het die uitwerking op Servius had, zij zouden moogelijk den roem, die hij zig daar naa heeft verworven deelagtig worden. Want zo word, daar van verhaalt, door Pomponius in de 1. 2 § 43 ft', de Origine Juris. Van Servius, als hij in het Plijten van zaaken de eerste plaats, of zeekerlijk naa Marcus Tullius (Cicero), verkreegen had, word verhaalt, dat hij bij Quintus Mueius gekoomen zoude zijn, om te consuleeren over een zaak van een zijner Vrienden, en als Servius het geen hij hem na regten geantwoord had, niet genoeg verstaan had, en weder Quintum gevraagt, maar zijn antwoord nog niet had begreepen, op deeze wijze door Quintus Mueius is bestraft geworden, want dat liij zoude gezegt hebben: dat het een schande was voor een Heer van Regeering, Edelman, en die zaaken beplijtte, des regts waar over hij handelde, (eigentlijk waar in liij verseerde) onweetende te zijn; Servius door dien schimptaal getroffen, heeft zig op het regt toegelegt, &c. in de eerste gronden is hij onderweezen door > Balbus Lueilius en booven al verder bekwaam gemaakt door Callus Aquilius, die te Cercina resideerde, (wij zouden zeggen, hij heeft het collegie over de Instituten gehouden onder B. maar over de Pandecten onder C.) Dierhalve zijn 'er veele zijner Boeken in weezen, die te Cercina opgesteld zijn, deeze als hij, in Ambassade (in legatione) zijnde, overleeden was, zo heeft "het Roonische Volk hem ter eere een standbeeld op de markt geplaatst, het welke heeden nog op de markt van Augustus overig is. Van hem zijn nog veele Boeken