is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acht of dit is afgeloopen, — in het, bij art. 369 bedoelde register, de zoogenaamde politierol, (welke een afzonderlijk register is), inschrijven en handelt hij verder, ZQoals bij den reeds vermelden 13den titel van het Inlandsch Reglement is voorgeschreven.

Na die inschrijving, met inachtname van het bepaalde bij de 2de zinsnede van het aangehaalde art. 369, moet de zaak dus eerst andermaal door hem volgens art. 370 worden onderzocht, moeten des noodig de voorloopig afgeboorde of nieuwe getuigen en in elk geval de beklaagde opnieuw worden ondervraagd en van hunne opgaven aanteekening worden gehouden op de politierol, die daarna ook de uitspraak moet bevatten.

In verschillende gewesten wordt nu echter dit onderzoek saamgekoppeld met dat voor de dagelijksehe rol, bedoeld bij de artikelen 78 en volgende van het Inlandsch Reglement, en dan blootweg op die rol na de beslissing omtrent de verwijzing — zoo die al niet geheel ontbreekt — ook nog de definitieve uitspraak aangeteekend.

Met het oog op het bovenstaande behoeft het wel geen betoog, dat zulk eene samenkoppeling is in strijd met de wet, dat de strafvervolging in dat geval niet heeft plaats gehad met inachtneming der algemeene verordeningen en de uitspraak mitsdien onwettig is.

Het Hoog-Gereclitshof stelde der Regeering voor om, bijaldien zjj eene zoodanige samenkoppeling van het politioneel met het eigenlijk politiereehterlijk onderzoek ter vereenvoudiging en vermindering der werkzaamheden wenschelijk mocht achten, deze in elk geval in overeenstemming met de wet te brengen, door wijziging der hieromtrent bestaande voorschriften.

De Regeering achtte echter eene zoodanige wijziging niet wenschelijk, omdat op die wijze de door den wetgever bedoelde waarborgen voor eene goede rechtspraak van den politierechter zouden te loor gaan.