is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0. alsnu met betrekking tot dat middel: dat om die exceptie met grond te kunnen voorstellen moet vaststaan:

1. dat enkelen als eischers gezamenlijk optreden, terwijl meerderen dit konden doen:

2. dat de gedaagde partij er belang bij heeft dat niet enkelen optreden, doch allen gezamenlijk, die den reehtstrijd kunnen aanvaarden, daar immers, ware dat belang niet aanwezig, liet voordragen van dat middel zoude zijn een excipieeren de jure tertii;

3. dat de strekking en het voorwerp der vordering ondeelbaar is;

O. dat nu die drie vereischten onderwerpelijk aanwezig zijn;

dat toch met betrekking tot het eerste, daar de wederpartij dit niet heeft weersproken, vaststaat dat met Kano en Taiboe in deze als eischers zouden kunnen optreden de erfgenamen van Batjo, die van M^oeria, en Karimoeng, zijnde erfgenamen van wijlen Rimbang, en dus litis consortes zouden kunnen zjjn;

dat met betrekking tot het tweede door de omstandigheid, dat die overige erfgenamen later andermaal een dergelijken aanval tegen gedaagde zouden kunnen richten bij afwijzing van de onderwerpelijke vordering luce elarius blijkt, dat de gedaagde er belang bjj heeft niet met enkelen doch met alle erfgenamen van Rimbang te zamen het onderwerpelijke geding te voeren;

dat met betrekking tot het derde: .

dat de strekking van de vordering is het efkennen van het eigendomsrecht van de eischers pro indiviso op twee koffietuinen, terwjjl het voorwerp der vordering bestaat uit de bedoelde koffietuinen benevens de vruchten van een dier tuinen, gedurende een zekeren tijd door den gedaagde genoten, dan wel als schadevergoeding voor deze vruchten een som van f 5280.— waaruit blijkt dat het onderwerp van het geschil ondeelbaar is;

O. dat deze dilatoire exceptie te recht aan de eischers is tegengeworpen en alsnog behoort te worden geadmitteerd, waaruit