is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaten, tenzij men, alvorens dat verzoek te doen, aan het voorschrift vervat in de 2e. alinea van art. frlO Burg. Rechtsv. hebbe voldaan.

li el is waar kan een verzuim van dat voorschrift in honger beroep worden hersteld, maar dan dient men voor den appèlrechter te- proceder ren zooals dat in eerste instantie is voorgeschreven en kan men in appèl niet volstaan met een beroep te doen op de ter griffe der rechtbank in eersten aanleg overgelegde acte, bedoeld in de tweede alinea van de aangehaalde bepaling.

Getuigenbewijs tegen den inhoud eener authentieke acte is niet toelaatbaar.

De Javaan Prawirowidjojo, handelaar, wonende te Salatiga, appellant, compareerende bij den Adv. en Proc. Mr. H. Ligtenberg,

contra

den Chinees Tan Gee Tjiang, handelaar, wonende te Salatiga, geïntimeerde, compareerende bij den Adv. en Proc. Mr. A. Maclaine Pont.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten:

Overnemende het exposé daarvan, vervat in het vonnis van den Raad van Justitie te Semarang, ddo. 23 Maart 1894, tusschen partijen gewezen, waarbij gedaagde niet ontvankelijk is verklaard met zijne incidenteele conclusie tot bewijsaanbod der gedeeltelijke valschheid van de in het geding gebrachte notarieele acte van koop en verkoop en met zijne incidenteele vordering tot getuigenbewijs; eischer goed oppossant is verklaard tegen het op den 19en Juli 1893 tusschen partijen, bij verstek, gewezen vonnis; mitsdien dit vonnis is vernietigd en den gedaagde geopposeerde, zijn oorspronkelijke eiscli is ontzegd, met zijne veroordeeling-in de kosten van het geding, met uit-