is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wijst dit gedeelte van den eiseh toe.

Verklaart mitsdien voormeld vonnis uitvoerbaar bij lijfsdwang. Veroordeelt den geïntimeerde in de kosten van liet hooger beroep.

Zitting van 18 April Voorzitter: als voren.

Art. 138 jo. 208 Wetb. v. K. — Endossement. - Cessie. — Art. 013 Buro. Weth.

Een eerst na den vervaldag op een orderbiljet-, in den vorm van een endossement, gesteld geschrift, luidende: „voor mij aan de order van K. K, waarde genoten, onder voortdurende aansprakelijkheid als endossant, ook zonder protest,", met de daaraan toegevoegde dagteekening en onderteekening, kan niet tevens zijn een arte van cessie in den zin van art. 613 Burg. Wetb. Dit zou in strijd zijn met art. 138 jo. 208 Wetb. r. Koophandel, in welk eerst.gem.eld artikel endossement tegenover afzonderlijke acte van cessie gesteld wordt. Het bedoelde geschrift voldoet ook daarom niet aan de rereischteu van eene acte van cessie, omdat uit de bewoordingen niet ondubbelzinnig blijkt, dat daarmede eene overdracht van rechten en niet. maar blootelijk e t ene volmacht tot invordering van het bedrag der in het vervallen accept vermelde schuld is bedoeld.

De Chinees Tjan Ban Tjoan, handelaar, wonende te Koedoes, residentie Japara, appellant, comp. bij den Adv. en Proc. Mr. J. Schontendorp,

contra

den Chinees Lim Mo Hin, handelaar, wonende te Koedoes, residentie Japara, geintimeerde, coinp. bij den Adv. en Proc. Mr. J. Gerritzen.