is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verwijst den appellant alsnog in de kosten der appellatoire instantie.

Zitting van 2 Mei 18.95.

Voorzitter: als voren.

Artt. 1905 en 1941 Burg. Wetb. — Verklaring van een

enkelen getuige. — suppletoire eed.

De verklaring van slechts een enkelen getuige levert icel is waar geen bewijs op in rechten, maar is evenwel een wettig bewijsmiddel. dat, aangevuld door een ander wettig bewijsmiddel — den eed —, dat bewijs kan opleveren.

Johann, Heinrich Schmidt, van beroep postaannemer, wonende te Semarang, appellant, comp. eerst bij den Adv. en Proe. Mr. D. Fock en daarna bij den Adv. en Proe. Mr. A. Maclaine Pont,

contra

Samnel Bamberg, van beroep koopman cn slachter, wonende te KeDdal, geintimeerde, comp. bij den Adv. en Proe. Mr. J. Schontendorp.

IIET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCII-INDIË,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken:

Overnemende liet exposé daarvan vervat in het vonnis van den Raad van Justitie te Semarang (Eerste Kamer) op den 7den Februari 1894 tusschen partijen gewezen, waarbij, alvorens ten principale te beslissen, aan den eischer, thans geintimeerde, is opgedragen om in tegenwoordigheid van gedaagde, thans appellant, of deze althans behoorlijk daartoe opgeroepen zijnde, ter terechtzitting van Woensdag, den 28sten Maart 1894, de volgende suppletoire eeden af te leggen: