is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat dit vonnis in hooger beroep met eene geringe redactiewijziging, die hier niet afdoet, hij 's Hofs arrest van 21 Januari 1892 is bekrachtigd en daarop enquête en contra-enquête hebben plaats gehad;

O. dat de Raad alsnu bij zijn interlocutoir vonnis van den 7den Februari 1894, waarvan thans appèl, in eene beschouwing treedt, welke van de punten thans door het gehouden getuigenverhoor, in verband met de overige door den geïntimeerde bijgebrachte bewijsmiddelen, zijns inziens bewezen, welke volstrekt onbewezen en welke in zoover bewezen kunnen worden geacht, dat het daarvan geleverd onvolledig bewijs door een gerechtelijken eed zou kunnen worden aangevuld;

dat die Raad zich echter vooralsnog onthoudt van eene hierop te baseeren eindbeslissing, doch bij zijn interlocutoir vonnis, waarvan thans appèl is ingesteld, alvorens ten principale te beslissen, slechts aan den geintimeerde den suppletoiren eed oplegt, ter aanvulling van het door hem geleverde bewijs ten aanzien van de punten 1, 2 en 5, waarvan de bewijslevering door alle middelen rechtens, speciaal door getuigen, bij het eerstvermelde interlocutoir vonnis, gelijk dat in zoover bij 's Hofs arrest werd bekrachtigd, was opgedragen;

O. dat diensvolgens thans alleen behoort te worden beoordeeld, in hoever onderwerpelijk door den geintimeerde die punten 1, 2 en 5 voldoende zijn bewezen, om ze niet van alle bewijs ontbloot te achten en het opleggen te dien aanzien van eenen gerechtelijken eed te wettigen, doch alle door den appellant gemotiveerde grieven tegen een eventueel op zijne overwegingen ten aanzien der overige punten te gronden beslissing hier buiten beschouwing blijven;

O. alsnu ten aanzien van het eerste punt, dat daarbij moest worden bewezen, dat eischer, thans geintimeerde, aan den heer L. Geesdorp. tijdelijk vervangend notaris te Semarang, op den 5den September 1889 betaalde de som van f 50.— voor het opmaken van het associatie-contract tusschen partijen en op 10 October daaraanvolgende aan denzelfden tijdelijk vervangend