is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over te geven, wat hij bezit — van zich zeiven niet meer kan bestaan.

Terwijl de Code hem. nh insolventie, niet van gebrek wilde doen omkomen, vond onze wetgever het rationeel hem ook vóór dien tijd in het leven te houden. Een enkele reden echter om aan te nemen, dat wij de Code niet aangevuld, en een geheel eigenaardig systeem gevolgd hebben, bestaat er niet.

Dit alles klemt te meer in het geval, waarvan sprake.

Het voorstel van de Weeskamer ging namelijk gepaard van de mededeeling, dat de gefailleerde eene vrij goed bezoldigde betrekking verkregen had en zijne chefs genegen waren bevonden zijn salaris aan de curatrice uit te koeren.

En nu vragen we of het niet in den aard der zaak ligt, dat de schuldeischers slechts recht hebben op datgene, wat, tengevolge der operatie, als zuivere winst voor hun debiteur moet worden aangemerkt, in casu dus, op datgene, wat de laatste overhoudt 11a aftrek van hetgeen hij noodig heeft om, zoo primitief mogelijk, met zijn gezin te'blijven leven?

Den belangstellenden lezer verwijzen wij voor de bevestigende beantwoording dier vraag naar een opstel in het Magazijn van Handelsrecht, uitgegeven door Mrs. A. de Vries en J. A. Moltzer dl. I. (Mengelingen) bl. 31 vlg., uit hetwelk wij in het vorenstaande een kort overzicht gaven.

{Ingezonden.)