is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acte van volmacht is verleden in tegenwoordigheid van voornoemde Soepie alias Embok Sap ie en die getuigen den Raad niet ongeloofwaardig voorkomen;

3o. dat tot het verleenen van het bevel van terechtstelling liet bedriegelijk oogmerk om te benadeelcn wordt vereiseht, doch niet voorhanden is, en ook niet onder woorden kan worden gebracht;

O. ter zake:

ad lum: dat de absolute bewijskracht eener authentieke acte geldt tot op het oogcnblik, dat de valschheid door den rechter is uitgemaakt;

dat uit het verband der artikelen 1872 Burgerlijk Wetboek, 148, 3o., 150 en 165 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering en 231 en 245 van het Reglement op de Strafvordering blijkt, dat valschheid in authentieke geschriften kan worden bewezen ook door getuigen en van liet geven van getuigenis ten deze niet zijn uitgesloten de personen, die bij de acte als comparanten hebben gefungeerd ;

dat eindelijk, indien de Raad met de woorden „misdadige bedoeling" heeft willen te kennen geven, dat tot daarstelling van het misdrijf van valschheid in geschriften vereiseht wordt onder anderen „bedriegelijk oogmerk", het Hoog-Gerechtshof zich met de opvatting volkomen vereenigt, doch in dat geval zij opgemerkt, dat zoodanig oogmerk in casu eo ipso zal vaststaan, wanneer bewezen wordt, dat de beklaagde B. in strijd met dc waarheid in de onderwerpelijke acte heeft verklaard, dat de daarin genoemde comparanten voor hem zijn verschenen en hem als hun wil hebben verklaard, wat in die acte vermeld staat;

dat eene andere misdadige bedoeling echter voor gezegd misdrijf niet wordt vereiseht;

ad 2um: dat nu de bovenbedoelde, in do door den beklaagde B. als notaris verleden acte, als voor hem verschenen vermelde personen, voor den Rechter-Commissaris als getuigen onder eedc hebben verklaard, dat die acte te dien aanzien onwaar is — er zeer zeker voldoende termen bestaan tot het verleenen