is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierboven vermelde feiten worden ten lnstc gelegd, welke, indien zij waarheid bevatten, haar aan de verachting der ingezetenen zouden blootstellen;

O. dat beklaagde zich daardoor heeft schuldig gemaakt aan het misdrijf van: „laster door middel van een verspreid drukwerk" ;

Gelet, behalve op de aangehaalde wetsbepalingen, op artikel 21 van het Drukpers-Reglement (Staatsblad 1856 No. 74), artikel 285 Strafwetboek voor Europeanen en de artikelen 189 vlg., 194 juncto 183. 184, 185 en 411 van het Reglement op de Strafvordering voor de Raden van Justitie op Java enz.:

Rechtdoende:

Ontvangt het appèl.

Vernietigd het door den Raad van Justitie te Soerabaja gewezen en op 15 December 1894 uitgesproken vonnis, waarvan appèl.

Verklaart den Officier van Justitie bij die rechtbank ontvankelijk met zijn requisitoir.

Verklaart den in hoofde genoemden beklaagde P. C. H. schuldig aan het misdrijf van: „laster door middel van een verspreid drukwerk".

Veroordeelt hem te dier zake tot de straf van ééne maand gevangenis en de betaling eener geldboete groot f 25.— (vijf en twintig gulden) en in de kosten van het strafgeding in beide instantien.

Bepaalt dat beklaagde bij niet betaling der hem opgelegde geldboete bij wyze van lijfsdwang in gijzeling zal kunnen worden gehouden gedurende drie dagen.